contact
terug naar overzicht

alles over ERE en de BTV: wat het is en wat het betekent voor werkgerelateerd laden

28 februari 2026

Vanaf 1 januari 2026 verandert in Nederland de manier waarop hernieuwbare energie voor vervoer wordt verantwoord. De focus verschuift van geleverde hernieuwbare energie (HBE’s) naar daadwerkelijke ketenemissiereductie (CO₂-equivalent). Daar hoort een nieuwe rekeneenheid bij: de ERE (Emissiereductie-eenheid).

Deze verandering hangt samen met de brandstoftransitieverplichting (BTV): de verplichting voor brandstofleveranciers om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid CO₂‑reductie aantoonbaar te maken. ERE’s zijn kortgezegd de eenheid waarmee die reductie wordt bijgehouden.

Voor organisaties met een (deels) elektrisch wagenpark is vooral relevant dat elektriciteit voor vervoer in dit systeem kan meetellen. Dat raakt meestal niet het laden zelf, maar wél de randvoorwaarden: betrouwbare meetdata, registratie, ketenrollen en vooral claimrecht (wie de ERE’s mag laten bijschrijven en hoe je daarbij dubbele claims voorkomt).

Wat is een ERE?

Een ERE staat voor 1 kilogram CO₂-equivalent ketenemissiereductie ten opzichte van een fossiele referentie. De systematiek komt voort uit de Europese herziening van de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED3) en is bedoeld om meer te sturen op klimaatimpact in plaats van alleen op hernieuwbare energiehoeveelheden.

Hoe de BTV werkt in de praktijk

De BTV verplicht brandstofleveranciers jaarlijks de broeikasgasuitstoot van de door hen geleverde brandstoffen met een bepaald percentage te verminderen. Naleving gebeurt via het Register Energie voor Vervoer (REV). Het REV bepaalt de benodigde ERE’s en schrijft deze op het nalevingsmoment af.

Het stelsel kent een handelsmechanisme: partijen kunnen ERE’s verkrijgen door hernieuwbare energie te leveren en in te boeken, maar kunnen ERE’s ook kopen van anderen. Simpel gezegd:|

  • Partijen die méér reductie (en dus meer ERE’s) kunnen realiseren dan ze zelf nodig hebben, hebben overschot;
  • Partijen die tekortkomen, hebben extra ERE’s nodig om compliant te zijn.

Dat overschot en tekort worden op elkaar aangesloten via handel. Omdat ERE’s schaars of juist ruim kunnen zijn (afhankelijk van hoeveel reductie er in de markt wordt gerealiseerd en hoe streng de verplichting is), krijgt zo’n eenheid vanzelf een marktwaarde.

Belangrijk om te weten: overboeken van ERE’s gebeurt via het REV; verdere prijsafspraken en de financiële afwikkeling liggen buiten het REV.

Elektriciteit krijgt eigen eenheid: ERE-E

In de nieuwe systematiek levert het inboeken van elektriciteit zogeheten ERE‑E (elektriciteit) op. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) geeft daarbij aan dat deze eenheid is geïntroduceerd om te anticiperen op een mogelijke koppeling met ETS‑2 (waarvan nog allerminst duidelijk is of die koppeling er daadwerkelijk komt). ETS-2 betreft een nieuw Europees systeem dat – zoals het er nu naar uitziet – binnen nu en enkele jaren de CO₂-uitstoot van brandstoffen voor onder andere wegvervoer gaat beprijzen.

Let op: alleen het hernieuwbare deel van de geleverde elektriciteit telt mee voor ERE’s: het fossiele aandeel van de stroommix levert niets op.

Waar staan we nu?

De ERE-systematiek wordt gefaseerd uitgewerkt. De hoofdlijn (overgang van HBE naar ERE) is duidelijk, maar wet- en regelgeving en uitvoeringsdetails zijn nog in ontwikkeling. De NEa benadrukt dit ook met een disclaimer op haar website.

Wat betekent ERE voor werkgerelateerd laden?

De impact zit minder in “anders laden” en meer in registratie, datakwaliteit en claimrecht: wie kan de ERE’s laten inboeken en onder welke voorwaarden?

Eerst even dit: de rol van inboekdienstverlener

Vanaf 2026 kan niet iedereen zomaar zelfstandig elektriciteit inboeken. Wie onder de drempelwaarde valt – vooralsnog beoogd op 2 miljoen kWh elektriciteit – boekt in via een (commerciële) inboekdienstverlener. Zo’n inboekdienstverlener bundelt laadvolumes van meerdere organisaties en/of huishoudens, en regelt de inboeking, administratie en verificatie. Dat kan uitsluitend met een machtiging (per kalenderjaar) en op basis van gemeten kWh via het bemeterde leverpunt.

Aandachtspunten bij veelvoorkomende laadscenario’s

  • Laden op het werk. Hierbij doet vaak het bedrijf (of een inboekdienstverlener namens dit bedrijf) de claim. Voor deze bedrijven is het belangrijk om vooraf helder te hebben wie de claim mag doen, hoe laadsessies worden gemeten en vastgelegd en hoe je dubbele claims voorkomt. Alleen gemeten kWh’s via het bemeterde leverpunt zijn inboekbaar. Wil je méér dan het netgemiddelde hernieuwbare aandeel kunnen toepassen (bijvoorbeeld bij opwek op eigen locatie of via een directe lijn), dan wordt om aanvullende bewijslast gevraagd;
  • Thuisladen. In verband met de eerdergenoemde drempelwaarde wordt dit standaard via een inboekdienstverlener georganiseerd. Om in aanmerking te komen voor ERE-vergoedingen dient de berijder te beschikken over een geschikte laadpaal met een gecertificeerde MID-meter. Laadpalen zonder MID-gecertificeerde meter kunnen alleen in aanmerking komen indien de netbeheerder een exclusief allocatiepunt heeft aangelegd: een aftakking waarachter uitsluitend de laadpaal verbruikt. Dit geldt overigens ook voor VvE’s (zie verderop). Verder wordt er bij inboeken voor natuurlijke personen geen onderscheid gemaakt tussen netleveringen of een directe levering van opgewekte energie op eigen locatie. Alleen het netgemiddelde percentage hernieuwbare elektriciteit is inboekbaar;
  • Publiek laden en andere gedeelde laadoplossingen (bijv. VvE’s). Bij publiek laden ligt het claimrecht bij de partij die in het Centraal Aansluitingenregister als eigenaar/afnemer bij de aansluiting gekoppeld is, óf de gemachtigde inboekdienstverlener.

Wat kun je als organisatie nu al doen?

Zonder te vervallen in technische details zijn dit logische voorbereidingsstappen:

  • Controleer datakwaliteit. Worden laadsessies (werk en thuis) betrouwbaar, consistent en herleidbaar geregistreerd?
  • Maak de ketenrollen expliciet. Welke partij(en) kan/kunnen in jouw keten aanspraak maken op ERE’s (bijvoorbeeld leasemaatschappij, energieleverancier, platform, inboekdienstverlener)?
  • Borg claimrecht juridisch én contractueel. Het claimrecht volgt uit de aansluiting (CAR/EAN). Leg vast wie namens de aangesloten partij mag inboeken (machtiging), hoe opbrengsten worden verdeeld en hoe dubbele claims worden voorkomen.

Vragen over ERE en je laadbeleid?

Wil je toetsen wat de ERE-systematiek inhoudt voor werkgerelateerd laden binnen jouw organisatie? En ben je benieuwd welke keuzes je nu alvast kunt vastleggen in je processen, data en contracten? Laten we samen kijken naar je dataketen en huidige contractafspraken.

Neem contact op voor meer informatie

wellicht is dit ook interessant voor u