terug naar overzicht

Prinsjesdag 2026 en zakelijke mobiliteit: 2027 vraagt om bijsturen

15 september 2026

Prinsjesdag is voor fleetkennis het moment om de kabinetsplannen te vertalen naar de praktijk van zakelijke mobiliteit. Achter ieder beleidsvoorstel schuilt immers een concrete vraag voor werkgevers, fleetmanagers en berijders: wat betekent dit voor ons wagenpark, onze kosten en de keuzes die we vandaag maken? Zoals je van de mobiliteitsexperts van fleetkennis mag verwachten namen we ook dit jaar de Miljoenennota, het Belastingplan en de bijbehorende voorstellen nauwkeurig onder de loep. De grote lijn is duidelijk: het draait dit jaar niet om één spectaculaire maatregel, maar om de optelsom.

Bijtelling voor EV’s stijgt: voordeel voor de berijder wordt kleiner

Voor nieuwe EV’s geldt in 2027 een bijtelling van 20% over de eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde (de ‘bijtellingscap’). Over het bedrag daarboven geldt een tarief van 22% en voor brandstofauto’s blijft de bijtelling 22% over de volledige cataloguswaarde.

Het verschil voor de berijder wordt daarmee kleiner. Bij een auto van 45.000 euro bedraagt het voordeel van een EV nog 600 euro bruto bijtelling per jaar. Hierdoor blijft elektrisch rijden iets aantrekkelijker, maar de fiscale prikkel neemt verder af.

Greentimerregeling kan gebruikte EV’s aantrekkelijker maken

Het kabinet wil vanaf 2029 een greentimerregeling invoeren voor volledig elektrische auto’s van vijf tot en met acht jaar oud. In de voorgestelde opzet geldt voor deze auto’s een bijtelling van 14%, gedurende maximaal drie jaar. Daarmee wil het kabinet gebruikte EV’s aantrekkelijker maken als zakelijke auto. Dat kan de markt voor gebruikte elektrische auto’s en occasionlease versterken. Ook voor organisaties die hun wagenpark gefaseerd willen elektrificeren, ontstaat zo mogelijk een extra alternatief naast nieuwlease.

De regeling kan bovendien gunstig uitpakken voor restwaarden. Als gebruikte EV’s aantrekkelijker blijven voor zakelijke inzet, neemt de kans toe dat deze auto’s langer in Nederland blijven en breder inzetbaar zijn.

Belangrijk: dit is nog een voornemen. De wettelijke uitwerking volgt later.

Voor werkgevers wordt fossiel rijden fors duurder

Waar de (mogelijke) greentimerregeling nieuw perspectief biedt voor gebruikte EV’s, wordt de afweging om nieuwe fossiele personenauto’s af te nemen financieel juist een stuk minder aantrekkelijk.

Vanaf 1 januari 2027 geldt de pseudo-eindheffing van 12% op jaarbasis over de catalogusprijs van zakelijke personenauto’s met uitstoot die ook privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt. De heffing geldt voor benzine-, diesel- en hybrideauto’s en mag niet worden doorberekend aan de werknemer. Het gevolg van deze maatregel is dat brandstofauto’s die qua leasetarief aantrekkelijk lijken, onderaan de streep toch veel duurder kunnen uitpakken dan een EV.

Goed om te weten: voor auto’s die vóór 2027 al ter beschikking zijn gesteld, geldt er nog overgangsrecht tot en met 31 december 2030.

“De richting is duidelijk: de berijder krijgt minder fiscaal voordeel voor elektrisch rijden, terwijl de werkgever via directe loonkosten nadrukkelijker naar emissievrije mobiliteit wordt gestuurd.”

– Erik Wijbenga, commercieel directeur bij fleetkennis

Overgangsrecht vraagt om betrouwbare data

Ook de kwaliteit van de wagenparkadministratie krijgt directe financiële waarde in het kader van de pseudo-eindheffing. In de praktijk ontbreekt vaak een volledige audit trail per kenteken. Bijvoorbeeld: wanneer startte het contract, wie reed erin en vanuit welke juridische entiteit is de auto ter beschikking gesteld? Juist deze gegevens zijn nodig om het overgangsrecht te onderbouwen.

Ook bij poolauto’s, voorloopauto’s en vervangend vervoer moet de fiscale status helder zijn. Een korte inzetperiode of wissel van auto kan anders onverwacht kostbaar uitpakken (daarover later meer).

Datakwaliteit is met andere woorden geen administratieve bijzaak, maar een voorwaarde om fiscale risico’s te beheersen. Kun je hier hulp bij gebruiken? Met onze software, datakwaliteitscontroles en data-experts brengen we de voertuig- en berijdershistorie binnen je organisatie nauwgezet voor je in kaart. Zo zetten we data in wagenparkbeheer om in concrete acties voor een beheersbaar wagenpark.

Ook bij tijdelijke inzet telt elke dag

Bij poolauto’s, voorloopauto’s en vervangend vervoer is een sluitende administratie eveneens essentieel. De pseudo-eindheffing kijkt namelijk niet alleen naar vast vervoer. Ook een tijdelijke terbeschikkingstelling telt mee.

Voor kortdurende inzet geldt een beperkte uitzondering. Een fossiele auto mag één keer per kalenderjaar maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen ter beschikking worden gesteld zonder pseudo-eindheffing. Die uitzondering geldt per kenteken én per werkgever. Duurt de inzet langer of wordt dezelfde auto in dat kalenderjaar opnieuw tijdelijk ingezet, dan geldt de heffing over de volledige maand waarin de auto ter beschikking stond. Bij een wissel halverwege de maand ontstaat daardoor zelfs voor beide auto’s pseudo-eindheffing.

Voor vervangend vervoer bij schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel geldt een ruimere uitzondering: maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen. Ook hier geldt dat goede registratie van inzetperiode, gebruiker en reden van vervanging vereist is.

Mrb-korting blijft, maar kosten lopen op

Voor EV’s bedraagt de motorrijtuigenbelasting (mrb) in 2026, 2027 en 2028 70% van het reguliere tarief. De korting blijft dus 30%. In 2029 daalt die naar 25% en vanaf 2030 vervalt de korting volledig. Enige nuance is hier wel op zijn plaats: door het accupakket zijn EV’s vaak zwaarder dan vergelijkbare brandstofauto’s. Daardoor kan de mrb, ondanks de korting, ook nu al behoorlijk oplopen.

“Kijk bij leasecontracten van vier of vijf jaar verder dan het tarief van 2027. De hogere mrb in latere jaren wordt één-op-één doorberekend in het maandelijkse leasetarief en hoort dus thuis in de TCO-berekening.

– Erik Wijbenga, commercieel directeur bij fleetkennis

Bestelauto’s: de route naar 2027 wordt duurder

Bij bestelauto’s werkt het vervallen van de bpm-vrijstelling nog altijd door. Die vrijstelling verdween in 2025, maar wordt bij iedere vervanging van een oudere dieselbus opnieuw zichtbaar in de aanschafprijs en het leasetarief. Een elektrische bestelauto heeft geen CO₂-gerelateerde bpm. Tegelijkertijd is de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) echter beëindigd en is er voor 2027 nog geen generieke opvolger vastgesteld.

Vanaf 2027 komt daar nog een kostenstijging bij. Voor bestelauto’s op eigen naam met het ondernemerstarief eindigt dan de tijdelijke halvering van de mrb. Organisaties met veel bestelauto’s krijgen daardoor, naast de bpm-impact, te maken met hogere kosten ten opzichte van 2026.

Ook de bereikbaarheid verandert. Euro 5-bestelauto’s verliezen vanaf 1 januari 2027 hun algemene overgangstoegang tot zero-emissiezones. Voor servicewagens en monteursbussen is daarom niet alleen de kostprijs relevant, maar ook de vraag: kunnen we onze klanten en werklocaties nog bereiken?

“Een oudere dieselbus langer doorrijden kan op papier voordelig lijken, maar als die bus niet meer in de relevante binnensteden mag komen, wordt die keuze feitelijk onwerkbaar.”

– Jeroen van der Rijst, algemeen directeur bij fleetkennis

Kilometervergoeding wordt structureel verhoogd

De onbelaste kilometervergoeding is in 2026 met terugwerkende kracht verhoogd van 0,23 euro naar 0,25 euro per kilometer. Daarmee liep het kabinet vooruit op het Belastingplan 2027, dat 0,25 euro per kilometer vanaf 2027 structureel in de wet wil opnemen. Voor individuele medewerkers is het verschil beperkt, maar bij een groter personeelsbestand is de impact op het mobiliteitsbudget wel degelijk merkbaar.

Dit is ook een logisch moment om breder naar mobiliteit te kijken. Niet iedere medewerker heeft een vaste leaseauto nodig. Afhankelijk van het reisprofiel kunnen ov, fiets, deelmobiliteit, poolauto’s of een mobiliteitsbudget beter passen.

Zonder laadstrategie blijft elektrificatie een papieren werkelijkheid

Hoewel de markt steeds nadrukkelijker beweegt richting elektrisch rijden, is de overstap in de praktijk niet voor iedere organisatie haalbaar. Een EV is immers pas een werkbare keuze als de laadvoorziening, netcapaciteit en dagelijkse inzet daarop aansluiten.

Netcongestie kan de overstap vertragen. Sinds 1 juli 2026 wordt schaarse ruimte op het elektriciteitsnet in congestiegebieden namelijk anders verdeeld. Aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting kunnen daardoor op een wachtlijst terechtkomen. Een voertuig bestellen zonder zekerheid over voldoende laadvermogen wordt daarmee een operationeel risico. Laadinfrastructuur hoort dus al vóór het bestelmoment thuis in de afweging.

Vanaf 1 januari 2027 stopt ook de salderingsregeling. Daardoor wordt het financieel belangrijker wanneer en waar je laadt. Slim laden (load balancing), laden tijdens eigen zonneproductie en duidelijke afspraken over thuislaadvergoedingen worden onderdeel van regulier fleetmanagement.

Ook de ERE-systematiek vraagt om aandacht. Voor werkgerelateerd laden worden betrouwbare registraties en heldere afspraken over claimrecht steeds belangrijker. Alleen gemeten en herleidbare laadsessies kunnen goed worden verwerkt. Leg daarom vast wie de ERE’s mag laten inboeken en voorkom dat meerdere partijen aanspraak maken op dezelfde laadstroom. Meer weten over dit onderwerp? Lees hier wat ERE en de BTV betekenen voor werkgerelateerd laden.

Wat kun je vóór 1 januari 2027 al doen?

De jaarwisseling lijkt nog ver weg, maar bestellingen, contractverlengingen en levertijden verdienen nu al een kritische blik. Het moment waarop fossiele personenauto’s worden geleverd én voor het eerst ter beschikking worden gesteld maakt een groot financieel verschil. Zoals gezegd betaalt de werkgever pseudo-eindheffing als de auto vanaf 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking is gesteld. Voor auto’s die vóór die datum al in gebruik zijn, geldt nog overgangsrecht tot en met 31 december 2030. Loopt een leasecontract daarna nog door, dan krijgt ook dat voertuig tijdens de resterende looptijd te maken met de pseudo-eindheffing.

Breng daarom eerst in kaart welke fossiele auto’s nog bínnen het overgangsrecht vallen en welke voertuigen vanaf 2027 voor het eerst ter beschikking komen. Kijk vervolgens kritisch naar bestellingen en verlengingen. Valt de levering nog vóór 1 januari 2027? Zo niet, onderzoek dan of aanpassing (bijvoorbeeld een kortere looptijd), annulering of een emissievrij alternatief mogelijk is.

Neem ook (elektrische) pool-, huur- en voorloopauto’s mee. Zij kunnen de TCO tijdelijk helpen beheersen, maar alleen wanneer inzet, gebruiker en fiscale status goed zijn vastgelegd.

Het speelveld is veranderd

Elektrisch rijden draaide de voorgaande jaren vooral om lagere bijtelling en aanschafsubsidies. Die voordelen worden kleiner of verdwijnen. Tegelijkertijd maakt de pseudo-eindheffing een nieuwe fossiele personenauto vanaf 2027 fors duurder voor werkgevers. Daarmee verschuift de afweging. Voor de werknemer wordt het fiscale verschil met fossiel kleiner. Voor de werkgever wordt elektrisch juist aantrekkelijker, omdat de extra heffing vervalt.

Vraag een Fleet Impact Scan 2027 aan

Wil je weten wat deze wijzigingen concreet betekenen voor jouw wagenpark? Met de Fleet Impact Scan 2027 brengen we de impact van zaken als de pseudo-eindheffing, het overgangsrecht, de resterende mrb-impact, toegang tot zero-emissiezones en laadinfrastructuur voor jouw organisatie in beeld. Zo krijg je een beeld van de grootste TCO-besparingen.

Bekijk hier een voorbeeld van een Fleet Impact Scan

Neem voor meer informatie contact op via erik@fleetkennis.nl of bel 085-2100596. Wij helpen je graag verder.

wellicht is dit ook interessant voor u